Sparen in euro’s of sparen in grammen: twee manieren om maandelijks opzij te zetten

Wie rentes vergelijkt, doet dat meestal met een vast doel voor ogen: elke maand een bedrag opzijzetten en dat zo gunstig mogelijk laten renderen. De vraag welke bank de hoogste spaarrente biedt is daarbij de logische eerste stap. Er is een tweede vraag die zelden gesteld wordt, en die gaat niet over de hoogte van de rente maar over de eenheid waarin u spaart.

Naast de klassieke spaarrekening bestaat namelijk de mogelijkheid om periodiek een vast bedrag om te zetten in edelmetaal, een vorm van edelmetaal sparen die met een automatische incasso werkt zoals u dat van uw spaarrekening gewend bent. De gewoonte is identiek, maar wat u opbouwt verschilt wezenlijk. Een vergelijking langs vier lijnen maakt duidelijk waar.

Wat een spaarrekening doet

Op een spaarrekening groeit uw inleg met een nominale rente, die samengesteld doorwerkt zolang u het geld laat staan. Het saldo staat vast in euro’s: wat u erop zet, staat er morgen nog. U kunt doorgaans direct opnemen, en tot 100.000 euro per persoon per bank valt uw tegoed onder het depositogarantiestelsel. Die zekerheid is echter nominaal en niet reĆ«el. Zodra de inflatie hoger uitvalt dan de rente die u ontvangt, daalt de koopkracht van uw spaargeld terwijl het bedrag op papier gewoon oploopt.

Wat periodiek edelmetaal kopen doet

Hier legt u eveneens periodiek een vast bedrag in, bijvoorbeeld wekelijks, tweewekelijks of maandelijks, vaak al vanaf 50 euro of 1 gram. Het verschil zit in wat u ervoor terugkrijgt. Omdat de koers beweegt, koopt u de ene maand meer grammen dan de andere. U ontvangt geen rente en geen dividend; het rendement komt volledig uit de prijsontwikkeling. Doordat u op vaste momenten koopt en niet op zelfgekozen momenten, middelt uw aankoopprijs zich over de tijd. Die methode staat bekend als dollar cost averaging en neemt de vraag weg of dit een gunstig instapmoment is.

De kosten lopen anders

Een spaarrekening is doorgaans gratis. Bij edelmetaal betaalt u transactiekosten per aankoop en daarnaast jaarlijkse opslagkosten voor bewaring in een verzekerde kluis. Bij spaarplannen liggen de transactiekosten vaak lager dan bij losse aankopen, soms de helft, maar ze zijn er wel. Fiscaal is er een verschil dat spaarders vaak ontgaat: beleggingsgoud met een zuiverheid vanaf 99,5 procent is in de hele Europese Unie vrijgesteld van btw, terwijl over zilver wel btw wordt gerekend. In box 3 tellen spaargeld en edelmetaal allebei mee als vermogen, waarbij het heffingsvrije vermogen bepaalt vanaf welk bedrag u belasting betaalt.

Waar het risico zit

Hier lopen de twee het verst uiteen. Uw spaarsaldo kan nominaal niet dalen, maar de koopkracht ervan wel. Bij edelmetaal is het omgekeerde waar: bij fysiek eigendom loopt u geen tegenpartijrisico, maar de actuele goudprijs kan wel degelijk dalen, en dat is ook gebeurd. Tussen 2011 en 2015 zakte de koers met ruim 40 procent. Daar staat een lange reeks tegenover: volgens de World Gold Council steeg de goudprijs sinds 1971 met gemiddeld 8 procent per jaar. Dat is een gemiddelde over ruim vijftig jaar en zegt niets over de komende vijf. Wie op een termijn van twee jaar zeker wil weten dat een bedrag er nog staat, is met een spaarrekening beter af.

Het is geen of-of

In de praktijk kiezen de meeste mensen niet tussen beide, maar verdelen ze hun inleg. De buffer voor onverwachte uitgaven en voor doelen binnen enkele jaren hoort op een spaarrekening, waar hij direct beschikbaar is en nominaal vaststaat. Pas boven die buffer wordt de vraag interessant of een deel van het maandelijkse bedrag beter in een andere eenheid kan worden weggezet. Het antwoord hangt af van uw horizon, uw inkomen en de vraag hoeveel koersbeweging u kunt dragen zonder tussentijds te verkopen. Zet dus eerst de buffer op orde en vergelijk daarna pas rustig de rentes en de alternatieven naast elkaar.