De Belastingdienst berekent belasting over spaarrente door een fictief rendement op spaargeld te hanteren, gebaseerd op de gemiddelde spaarrente in 2025. Voor de voorlopige aanslagen van 2025 gaat de Belastingdienst uit van een fictief rendement van 1,44% op spaargeld. Bij €10.000 aan spaargeld wordt een fictief rendement van circa €144 per jaar verondersteld. Dit artikel legt uit hoe deze berekening werkt en wat dit voor u betekent, aangezien de Belastingdienst belastingheffing en toeslagen behandelt.
Samenvatting
- De Belastingdienst rekent in 2025 met een fictief rendement van 1,44% op spaargeld, waarover 36% belasting wordt geheven als het vermogen boven de heffingsvrije grens van €57.684 per persoon ligt.
- Belasting op spaarrente wordt berekend over een forfaitair rendement, niet over de werkelijk verdiende rente, maar vanaf 2027 wordt de belasting gebaseerd op het werkelijke rendement.
- Het fictief rendement voor spaargeld ligt aanzienlijk lager dan voor beleggingen (5,88% in 2025), wat de verschillen in belastingheffing tussen vermogenscategorieën verklaart.
- Schulden boven een bepaalde drempel (€3.800 voor alleenstaanden) mogen worden afgetrokken van het vermogen in box 3, waardoor de belastbare grondslag kan dalen.
- Vanaf 2027 wordt de vermogensrendementsheffing omgezet in een vermogensaanwasbelasting die het werkelijke rendement belast, wat zorgt voor een eerlijkere belastingdruk afgestemd op de daadwerkelijke inkomsten.
Wat is belasting op rente van spaargeld?
Belasting op rente van spaargeld is de heffing die u betaalt over de rente die uw spaargeld oplevert. In Nederland wordt deze belasting niet geheven over uw daadwerkelijk verdiende rente, maar over een fictief rendement. De Belastingdienst berekent een verondersteld rendement, onafhankelijk van wat u werkelijk aan rente ontvangt. Hoewel de werkelijke spaarrente vaak laag is, kan de belasting hierover toch aanzienlijk zijn, wat leidt tot een laag rendement op eigen spaargeld. Voor een alleenstaande spaarder met €100.000 spaargeld bedraagt de belasting over dit fictieve rendement in 2025 ongeveer €219. Het belastingtarief op spaargeld was in 2023 afhankelijk van het rentepercentage, met de mogelijkheid van stijging bij hogere rentes. Nederlandse spaarders met €5 miljoen spaargeld zouden bijvoorbeeld 45 procent belasting over de rente kunnen betalen. In 2013 kon de belastingdruk op het belastbare deel van het vermogen oplopen tot wel 80 procent.
Vanaf 2027 staat een vermogensaanwasbelasting op de planning, die belasting heft over de werkelijke rentebaten van spaargeld. Deze belasting zal hetzelfde percentage hebben als beleggingen op de beurs. Een spaarrekening van €80.000 met 2,5% rente resulteerde al in een belasting van €72 onder een nieuw stelsel.
Hoe berekent de Belastingdienst het fictief rendement op spaargeld?
De Belastingdienst berekent het fictief rendement op spaargeld door uit te gaan van de gemiddelde spaarrente. Hierbij hanteert de berekening verschillende percentages voor sparen en beleggen, zoals vastgesteld voor 2025 en eerdere jaren zoals 2024 en 2023. Deze methode omvat een duidelijke definitie, de specifieke rendementen voor 2025 en de historische ontwikkeling.
Definitie van fictief rendement
Fictief rendement is een schatting van het gemiddelde rendement dat mensen behalen over hun vermogen. Dit geschatte rendement omvat gemiddeld verdiende inkomsten zoals rente, dividend en andere vermogensvormen. De Belastingdienst gaat uit van dit fictief rendement, ook forfaitair rendement genoemd, voor de berekening van box 3-inkomen. Vroeger hanteerde de Belastingdienst hiervoor een fictief rendement van ruim 6 procent voor box 3. Het forfaitaire fictieve rendement benadert het werkelijke rendement op spaargeld vaak redelijk. De Belastingdienst moet echter uitgaan van het werkelijke rendement, als dit lager is dan het fictieve. Deze regel volgt uit een uitspraak van de Hoge Raad in juni 2024.
Huidige fictieve rendementpercentages voor 2025
Het fictieve rendement op spaargeld voor 2025 bedraagt 1,44 procent. De Belastingdienst baseert dit percentage op de gemiddelde spaarrente van dat jaar. Voor de vermogensrendementsheffing in box 3 geldt dit specifiek voor bank- en spaartegoeden. Beleggingen en verhuurde woningen krijgen in 2025 een ander fictief rendement. Dit is vastgesteld op 5,88 procent. Het verschil in percentages laat zien hoe spaargeld en andere vermogensbestanddelen fiscaal worden behandeld.
Historische ontwikkeling van het fictief rendement
De historische ontwikkeling van het fictief rendement toont een variatie in percentages over de jaren. Voor spaargeld bedroeg het fictief rendement in 2024 nog 0,92%. Dit percentage steeg voor 2025 naar 1,44% voor bank- en spaartegoeden. Volgens de Belastingdienst hanteert men voor banktegoeden in 2025 een percentage van 1,37%. Voor beleggingen en andere bezittingen lag het fictief rendement in 2024 op 6,04%, wat in 2025 is vastgesteld op 5,88%. Schulden kenden in 2025 een fictief rendement van 2,70%, eveneens volgens de Belastingdienst. Voor 2026 stijgt het fictief rendement voor overige bezittingen naar een geschatte 7,77%.
Welke regels en tarieven gelden voor box 3 vermogen?
Voor box 3 vermogen gelden specifieke regels en tarieven, waarbij u rekening houdt met een belastingtarief van 36% vanaf 2024 en een heffingsvrij vermogen waarboven uw vermogen belast wordt. De Belastingdienst hanteert forfaitaire rendementspercentages die per vermogenscategorie verschillen, met aannames over de samenstelling van uw vermogen. Vanaf 2027 zal de belasting op het werkelijke rendement worden gebaseerd, maar u mag al een lager werkelijk rendement opgeven als dat voordeliger is.
Heffingsvrije grens en belastingtarieven
De heffingsvrije grens in box 3 is het bedrag van uw vermogen waarover u geen belasting betaalt. Voor 2024 en 2025 is deze grens vastgesteld op € 57.684 per persoon, en € 115.368 voor fiscale partners. Naar verwachting blijft de heffingsvrije grens voor 2026 ook € 57.684 per persoon. Boven deze grens wordt over het fictieve rendement van uw spaargeld, beleggingen en andere bezittingen een belastingtarief van 36% geheven.
Verschil tussen spaargeld en andere vermogensbestanddelen
Spaargeld onderscheidt zich van andere vermogensbestanddelen door zijn relatief veilige karakter en kleinere kortetermijnrisico’s vergeleken met beleggingsproducten. Het vormt een essentieel deel van een gebalanceerde beleggingsportefeuille, zelfs als u belegt. U kunt spaargeld op een normale spaarrekening zetten, maar het kan ook belegd worden in aandelen of obligaties. Sparen in een BV is een andere optie. Spaargeld en spaardeposito’s gelden bovendien als een goed, overzichtelijk, goedkoop en veiliger alternatief voor obligatiefondsen, vooral voor de particuliere belegger. Houd er wel rekening mee dat spaargeld dat lange tijd op een spaarrekening staat, doorgaans een lagere waardegroei kent dan belegd spaargeld. Een slimme aanpak combineert daarom vaak beide.
Invloed van lage spaarrente op box 3 heffing
De lage spaarrente wringt met de box 3-heffing, vooral omdat het fictieve rendement vaak niet wordt behaald. Dit beïnvloedt de belastingheffing op spaargeld direct. De Belastingdienst baseert het forfaitaire rendement voor banktegoeden in box 3 op de actuele spaarrente, maar spaarders zien vaak een zeer lage of zelfs negatieve spaarrente. Dit leidde in jaren als 2018 en 2019 tot een buitensporige belastingheffing, waarbij spaarders zonder of met nauwelijks rente ongewenst werden benadeeld. In 2021 was het forfaitaire tarief voor spaargeld in box 3 zelfs 0,01%. Bij €1.000 aan spaargeld en een forfaitair tarief van 0,01% bedroeg het fictieve rendement €0,10. Hierover werd dan, bij een belastingtarief van 36%, circa €0,04 aan box 3 belasting geheven. Gelukkig kunnen spaarders sinds 2023 hun box 3-inkomen laten bepalen op basis van het werkelijke rendement als dit lager is dan het forfaitaire rendement. Dit gold ook al voor de periode 2017-2022. Een spaarder met alleen banktegoeden die in 2023 bezwaar heeft gemaakt, kon zo voorkomen dat te veel belasting werd betaald.
Welke bezittingen en schulden tellen mee bij de belastingheffing op spaargeld?
Bij de belastingheffing op spaargeld telt uw totale vermogen mee, dat de som is van uw spaargeld, beleggingen en andere bezittingen, minus uw schulden. Voorbeelden van bezittingen zijn saldi op betaal- en spaarrekeningen, beleggingen en een tweede woning. Aan de andere kant kunt u schulden, zoals een eigenwoningschuld of onbetaalde rekeningen, in mindering brengen op uw vermogen.
Overzicht van belastbare bezittingen in box 3
De Belastingdienst telt in box 3 uw bezittingen mee, min uw schulden, voor de belastingheffing. Dit staat op de website van de Belastingdienst. Dit omvat spaargeld, aandelen, obligaties en andere bezittingen. De waarde van uw bezittingen bestaat uit spaargeld op betaal- en spaarrekeningen. Ook beleggingen in aandelen, beleggingsfondsen en obligaties tellen mee. Daarnaast horen onroerende zaken, zoals een vakantiewoning, bij uw bezittingen. Zelfs uitgeleend geld ziet de Belastingdienst als een bezitting in box 3. U moet de totale waarde van al deze bezittingen opgeven in uw jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting. Uw vermogen wordt hiervoor verdeeld in banktegoeden, overige bezittingen en schulden.
Welke schulden mogen worden afgetrokken?
Schulden die niet in box 1 of box 2 vallen en geen eigenwoningschuld zijn, mogen in box 3 van uw bezittingen worden afgetrokken. De Belastingdienst hanteert hierbij een drempelbedrag voor de aftrekbaarheid. Voor alleenstaanden kunnen schulden boven €3.800 van het vermogen worden afgetrokken. Dit verlaagt de grondslag voor sparen en beleggen vanaf belastingjaar 2025. Fiscale partners kennen een drempel van €7.600. U mag alleen het deel van de schuld boven deze drempels aftrekken. Denk hierbij aan schulden zoals een studieschuld, die anders uw belastbaar vermogen in box 3 zouden verhogen.
Hoe wordt het werkelijke rendement op spaargeld voor belastingdoeleinden berekend?
Het werkelijke rendement op spaargeld wordt berekend als de ontvangen rente, volgens de Belastingdienst.
Als dit werkelijke rendement lager is dan het fictieve, kan dit leiden tot minder belastingbetaling. De Belastingdienst hanteert een geschat fictief rendement, want het werkelijke rendement is niet voor iedereen vast te stellen.
In 2017 was dit bijvoorbeeld 2,87 procent; in 2014 4 procent, toen hoger dan de werkelijke spaarrente. Rente op spaargeld zorgt voor rendement, waarbij het reële rendement rekening houdt met inflatie en belasting. Dit reële rendement verschilt van het nominale rendement op spaargeld.
Verschil tussen werkelijk en fictief rendement
Het verschil tussen werkelijk en fictief rendement is cruciaal voor uw belastingaangifte in box 3. Fictief rendement is een geschat gemiddeld rendement op vermogen dat rekening houdt met rente en dividend. De Belastingdienst berekent de vermogensrendementsheffing standaard over dit fictieve rendement. Hierbij ligt het fictief rendement op beleggingen hoger dan op spaargeld. U kunt in uw aangifte zien of uw werkelijke rendement lager is dan het fictieve. Het werkelijke rendement telt u op uit de rendementen van uw verschillende vermogenssoorten. Als uw werkelijke rendement gelijk aan of hoger is dan het fictieve, krijgt u geen belastingteruggave. Het formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement’ toont deze vergelijking.
Berekeningsmethoden en forfaitaire rendementen
De Belastingdienst gebruikt specifieke berekeningsmethoden en forfaitaire rendementen voor de belastingdienst rente spaargeld. De Herstelwet introduceerde een nieuwe berekeningsmethode die gebaseerd is op forfaitaire rendementen, vergelijkbaar met het stelsel van 2017. Dit forfaitaire rendement wordt berekend op een vergelijkbare wijze als het stelsel van 2017 voor rendementsklasse II, waarbij gekeken wordt naar gemiddelde rendementspercentages op de lange termijn en een fictieve beleggingsmix. Sinds 2017 verschuift het uitgangspunt van de forfaitaire methode naar een aansluiting bij rendement dat zonder veel risico haalbaar is. Het forfaitaire rendement dient als maximumbedrag voor de rendementsbasis van de fiscale berekening. Is het forfaitaire rendement lager dan het werkelijke rendement, dan levert dit geen herrekening van de heffing op, en blijft de forfaitaire heffing ongewijzigd als het formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement’ is ingediend en het forfaitaire rendement lager is dan het werkelijke rendement. Een ondernemer mag afwijken van het forfaitaire rendement en het werkelijke rendement hanteren, mits bewijs geleverd kan worden dat het werkelijke rendement lager is. Rendement berekenen kan op verschillende manieren, waaronder meetkundig en rekenkundig rendement. Bij tussentijdse stortingen of onttrekkingen kan de rendementsberekening plaatsvinden met methodes zoals tijdgewogen rendement en geldgewogen rendement. Deze methodes zijn vereist voor een accurate berekening bij veranderingen in het vermogen. De methode voor absoluut rendement berekent het rendement door alleen het begin- en eindsaldo te vergelijken. Tijdgewogen rendement berekent het uiteindelijke rendement door dagelijkse rendementen aan elkaar te koppelen. De methode voor rendementberekening hangt af van de investeringsperiode en tussentijdse inkomsten zoals dividend of huur.
Voorbeelden en rekenhulpmiddelen voor belasting op spaarrente
Om de belastingdienst rente spaargeld te begrijpen, is inzicht in de bepalende factoren essentieel. Actuele percentages en vrijstellingen beïnvloeden uw box 3-heffing. Dit helpt u te begrijpen hoe de belasting over uw spaargeld wordt berekend, bijvoorbeeld voor de jaren 2025 en 2026, en welke online rekentools hierbij ondersteuning kunnen bieden. De hoogte van deze heffing wordt voornamelijk bepaald door de omvang van uw vermogen boven de vrijstelling, het vastgestelde forfaitaire rendement en het geldende belastingtarief.
Voorbeeldberekening van belasting over spaargeld in 2025
De belastingdienst rente spaargeld voor 2025 wordt berekend op basis van een fictief rendement van 1,44%, dat de Belastingdienst baseert op de gemiddelde spaarrente. U betaalt 36% belasting over dit fictieve rendement, mits uw spaargeld boven de heffingsvrije grens van € 57.684 uitkomt. Voor een belastingplichtige met €21.158 belastbaar spaargeld in 2025 betekent dit een vermogensbelasting van € 109,68. Een spaarder met een vermogen van € 100.000, zonder beleggingen of schulden in box 3, betaalt bijvoorbeeld € 220 aan vermogensbelasting. Bij een spaargeld van € 500.000 in 2025 is de vermogensbelasting € 2.293, ervan uitgaande dat u geen fiscaal partner, beleggingen of schulden heeft. De peildatum voor dit spaargeld is 1 januari 2025.
Gebruik van online rekentools en simulaties
Specifieke online rekentools voor spaargeldrente worden niet expliciet genoemd, noch concrete stappen voor het berekenen van renteverwachtingen of andere financiële berekeningen. Desondanks zijn er wel algemene online financiële calculators beschikbaar die u helpen met diverse berekeningen. Deze tools bieden de functionaliteit om verschillende scenario’s te bekijken, zoals de impact van rentewijzigingen op maandlasten. Ook kunnen online rekentools of hypotheekadviseurs berekeningen uitvoeren voor uw specifieke situatie, zoals de rentevaste periode en gekozen aflosvorm. Platforms zoals hypotheek.winkel hebben simulatietools voor leningen en maandlasten. Vele financiële wiskunde calculators zijn online te vinden en vaak geïntegreerd in gebruiksvriendelijke platforms zoals Mathos AI.
Toekomstige ontwikkelingen in belasting op spaarrente en box 3
De belasting op spaarrente en box 3 staat de komende jaren voor belangrijke veranderingen. Vanaf 2027 wordt de heffing gebaseerd op het werkelijk behaalde rendement, als gevolg van het kerstarrest van de Hoge Raad. Dit toekomstige stelsel, dat belasting heft over werkelijke rendementen op spaartegoeden, zal de vermogensrendementsheffing vanaf 2027 ingrijpend wijzigen. Vanaf 1 januari 2028 worden spaarders in box 3 belast over ontvangen rente en andere jaarlijkse rendementen. De uiteindelijke belastingdruk zal hierdoor direct afhangen van de werkelijk behaalde rendementen op het vermogen.
Voorgestelde wijzigingen in vermogensrendementsheffing vanaf 2027
De vermogensrendementsheffing ondergaat vanaf 2027 significante veranderingen. De Belastingdienst zal vanaf dat moment de werkelijke inkomsten uit vermogen meenemen in de belastingberekening. Een systeem gebaseerd op werkelijke rendementen is noodzakelijk, maar de invoering hiervan wordt uitgesteld tot na 2027. Vanaf 2028 voorziet een wetsvoorstel een overgang van het forfaitaire stelsel naar een vermogensaanwasbelasting. Dit betekent dat het werkelijke rendement wordt belast in plaats van een fictief rendement. Bij deze nieuwe aanpak worden verliezen vanaf 2027 aftrekbaar van toekomstige winsten, wat het belastbare vermogen kan verlagen. Het voorgestelde belastingtarief voor vermogensaanwasbelasting op aandelen is 36 procent vanaf 2027, wat een effectief tarief van ongeveer 2,9 procent oplevert. Voor spaargeld wordt het effectieve belastingtarief vanaf 2027 geschat op ongeveer 0,7 procent.
Impact van renteontwikkelingen op belastingdruk
De renteontwikkelingen hebben de belastingdruk op spaargeld significant beïnvloed, vooral na een uitspraak van de Hoge Raad in 2021. Deze uitspraak oordeelde dat fictieve rendementen oneerlijk waren, wat de politiek dwong over te stappen op het belasten van werkelijk rendement. Voorheen moesten spaarders belasting betalen alsof ze beleggers waren, zelfs met nagenoeg geen rente. De nieuwe Wet werkelijk rendement box 3 maakt het nu mogelijk om het werkelijke rendement te belasten. Vanaf belastingjaar 2025 kunt u kiezen voor een berekening op basis van werkelijk rendement bij uw aangifte. Als uw werkelijke rendement lager is dan het fictieve, moet de Belastingdienst dit lagere rendement aanhouden en gebruikt altijd de voor u voordeligste berekening. Vanaf de zomer van 2025 is hiervoor het formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement’ beschikbaar, en u kunt betaalde rente aftrekken bij de bepaling van dit rendement. Uiteindelijk zal de belastingdruk in box 3 nooit hoger zijn dan het werkelijke rendement. Dit betekent dat bij een laag rendement op spaargeld, de belasting die u betaalt ook beperkt blijft. Bij een spaarbedrag van €1.000 en een geschat effectief belastingtarief van 0,7% op spaargeld vanaf 2027, bedraagt de jaarlijkse belastingdruk circa €7. Vanaf 2028 sluit de belasting op vermogen direct aan bij de werkelijk behaalde winst.
Actie spaarrente: hoe kunt u profiteren van actuele rentetarieven?
Om optimaal te profiteren van actuele rentetarieven, is het essentieel om spaarrentes van diverse banken in Nederland te vergelijken. Raadpleeg hiervoor een actueel spaarrente overzicht of een vergelijkingswebsite om de bank met de hoogste rente te vinden. Houd er rekening mee dat rentetarieven dynamisch zijn en kunnen wijzigen.
Een variabele rente wordt maandelijks aangepast aan het actuele rentetarief en kan in bepaalde marktomstandigheden voordeliger uitpakken dan een vaste rente. Historische gegevens tot 2023 toonden aan dat het verschil tussen deze twee typen rentetarieven vaak gering was. Voor spaarders die flexibiliteit waarderen en snel willen inspelen op marktontwikkelingen, is een variabele rente doorgaans de meest geschikte keuze. Actuele rentepercentages zijn veelal te vinden in het Document Tarievenoverzicht van de betreffende bank. Uiteindelijk wordt het rendement op uw spaargeld bepaald door de hoogte van de spaarrente en het type spaarrekening dat u kiest.
Spaargeld vastzetten voor de hoogste rente: wat zijn de fiscale gevolgen?
De fiscale gevolgen van spaargeld vastzetten voor hogere rente betreffen voornamelijk de box 3 belasting, die inkomsten uit sparen en beleggen belast. Deze belasting wordt geheven over een verondersteld rendement op uw vermogen, niet over de werkelijk behaalde rente. Het overbruggingsstelsel voor box 3, geldig van 2023 tot en met 2026, kijkt wel naar de werkelijke verdeling van vermogen over categorieën, met elk een eigen rendementspercentage. Deze belasting wordt berekend op basis van een vooraf vastgesteld percentage per vermogenscategorie.
Voor 2026 is het voorlopige veronderstelde rendement op spaargeld vastgesteld op 1,28%. Belasting in box 3 betaalt u alleen over vermogen dat boven de heffingsvrije grens uitkomt. Voor een alleenstaande bedraagt deze grens € 59.357 in 2026; voor fiscale partners is dit € 118.714. Over het belastbare deel betaalt u 36% belasting. Een belangrijke nuance is dat u in 2026 wel 36% belasting betaalt over de werkelijke opbrengst, mocht deze lager zijn dan het forfaitaire rendement. Vanaf 2028 wordt het daadwerkelijke rendement op spaargeld pas belast.
Banksparen rente vergelijken: belastingvoordelen en rentepercentages
Banksparen biedt vaak een hogere rente dan een gewone spaarrekening, vooral wanneer u uw geld voor langere tijd vastzet. Dit product is bedoeld om spaarders een betere rentevergoeding te geven dan bij een standaard spaarrekening, omdat het geld vaststaat tot het uitkeringsmoment. Een bankspaarrekening kan zekerheid bieden door een vaste rente, die u vooraf met de bank afspreekt voor een gekozen rentevastperiode.
De rente op banksparen hangt af van de specifieke voorwaarden van de bank, de hoogte van uw storting en de concurrentie op de markt. U ontvangt rente over het saldo op uw bankspaarrekening, waarbij u kunt kiezen voor een vaste of variabele rente. Een variabele rente kan voordelig zijn als de marktrente stijgt. Dit kan invloed hebben op uw belasting in box 3, waar het werkelijke rendement soms vergeleken wordt met het fictieve rendement. Vergelijk daarom altijd de verschillende aanbiedingen van banken om het meest passende product te vinden. De uiteindelijke opbrengst van uw bankspaarrekening wordt sterk beïnvloed door de gekozen rentevorm (vast of variabel), de looptijd en de algemene marktrente.
Is rente op mijn spaarrekening altijd belast?
Rente op uw spaarrekening is niet altijd belast; dit hangt af van uw totale vermogen in box 3. Spaarrente op spaarrekeningen kan onderhevig zijn aan belastingheffing als uw vermogen boven de heffingsvrije grens van €57.684 voor 2025 uitkomt. Het belastingtarief in box 3 bedraagt 36% in 2025. De Belastingdienst vergelijkt uw werkelijke rendement met het fictieve rendement van 1,44% voor 2025 en kiest de voordeligste berekening. Het belastingtarief op spaargeld hangt af van het rentepercentage, waarbij een stijging de belasting kan doen toenemen, zoals in 2023. Spaarders bij een buitenlandse bank, zoals via Raisin, moeten rekening houden met bronbelasting op de rente. De rente op uw spaar- of betaalrekening wordt doorgaans per kwartaal of jaarlijks bijgeschreven op het saldo. Een spaarrekening laat continu bijstorten en geldopname op elk moment toe, zoals een Vermogens Spaarrekening; het is verstandig een deel van uw spaargeld op een reguliere spaarrekening te houden voor onverwachte uitgaven, waarbij de spaarder ook spaargeld op een betaalrekening kan plaatsen.
Hoeveel spaargeld mag ik belastingvrij hebben?
U mag in 2025 tot €57.684 aan spaargeld belastingvrij hebben. Dit bedrag komt overeen met het heffingsvrije vermogen voor een spaarder. De Belastingdienst bepaalt jaarlijks de belastingvrije spaargeldgrens, die aangeeft hoeveel spaargeld belastingvrij is. In Nederland kent belastingvrij spaargeld een maximale grens, want belastingvrij sparen heeft een vrijgesteld bedrag. Voor groen sparen of beleggen geldt een fiscale vrijstelling. Zo is een groene spaarrekening met overheidskeurmerk in 2025 belastingvrij tot €26.321. Spaargeld via een uitvaart- of overlijdensrisicoverzekering is belastingvrij tot €8.769.
Hoe weet ik welk fictief rendement de Belastingdienst hanteert?
U weet welk fictief rendement de Belastingdienst hanteert doordat zij dit rendementspercentage per categorie berekenen en jaarlijks publiceren. Voor belastingjaar 2025 hanteert de Belastingdienst dit fictief rendement specifiek per vermogenscategorie, zoals sparen en beleggen, als basis voor de belasting over vermogensrendement in box 3. Sinds 2017 werkt dit systeem met vaste fictieve rendementspercentages, jaarlijks aangepast sinds 2021 om dichter bij het werkelijke rendement te liggen. Historisch gezien ging de Belastingdienst voorafgaand aan juli 2025 uit van een verondersteld rendement van ruim 6 procent en bepaalde zij in 2020 rendementen nog per schijf, met bijvoorbeeld 1,789% voor schijf 1. Voor 2025 is het fictieve rendement op spaargeld 1,37 procent, terwijl voor beleggingen 5,88 procent geldt. Over dit fictieve rendement op vermogen betaalt u in 2025 36 procent belasting.
- Dagelijks bijgewerkt
- Data vanaf 2005
- Direct offerte aanvragen