Wat is rente VPB en hoe bereken je belastingrente bij vennootschapsbelasting?

Wat is rente VPB en hoe bereken je belastingrente bij vennootschapsbelasting?

Rente VPB is de belastingrente die de Belastingdienst in rekening brengt voor vennootschapsbelasting. Vanaf 1 januari 2025 bedraagt deze 9 procent en wordt enkelvoudig berekend over het te betalen bedrag. Bij een te betalen bedrag van €5.000 tegen 9% kost dit €450 aan rente per jaar. Belastingplichtigen betalen deze vergoeding bij hogere aanslagen of te late aangiften, wat extra kosten veroorzaakt.

Samenvatting

  • Belastingrente voor vennootschapsbelasting (VPB) bedraagt vanaf 1 januari 2025 9%, enkelvoudig berekend over het te betalen bedrag, en wordt in rekening gebracht bij te late betalingen of aanslagen.
  • Vanaf 2024 wordt belastingrente VPB vastgesteld op ECB-herfinancieringsrente plus 5,5%, met percentages van 10% tot 10,5% in 2024, en halfjaarlijks aangepast.
  • Belastingrente wordt berekend vanaf 1 juli volgend op het belastingjaar tot vlak vóór de definitieve aanslag; tijdige indiening van aangiften en voorlopige aanslagen voorkomt renteheffing.
  • Artikel 10a Wet VPB beperkt renteaftrek op leningen tussen verbonden lichamen om kunstmatige rentelasten te voorkomen; zakelijke tegenbewijsregeling is van toepassing.
  • Bezwaar maken tegen belastingrente op voorlopige aanslagen is mogelijk binnen zes weken na aanslagdatum, wat kan leiden tot terugbetaling bij onterechte renteheffing.

Wat is belastingrente bij vennootschapsbelasting (VPB)?

Belastingrente bij vennootschapsbelasting (VPB) is een vergoeding die aan de Belastingdienst wordt betaald wanneer een aangifte te laat is of een voorlopige aanslag te laag blijkt. Deze belastingrente geldt al sinds 2013 in Nederland. Vanaf 1 januari 2025 bedraagt de belastingrente 9 procent. Bij een te betalen bedrag van €1.000 tegen 9% kost dit €90 aan rente per jaar. De rente begint te lopen vanaf 1 juli van het voorgaande jaar, indien de aangifte vennootschapsbelasting nog niet is gedaan.

De vennootschapsbelasting (VPB) zelf is een belangrijke belasting voor bedrijven en organisaties. Het is een belasting die door ondernemingen met rechtspersoonlijkheid wordt betaald over hun gemaakte winst. Dit geldt specifiek voor de winst van een BV of NV, en ook verenigingen met winstoogmerk hebben een VPB-verplichting. Deze belasting wordt afgedragen aan de Belastingdienst en is een belangrijke inkomstenbron voor de Nederlandse overheid.

Hoe wordt belastingrente bij VPB berekend?

De belastingrente bij vennootschapsbelasting (VPB) wordt berekend over de periode dat een aangifte of betaling te laat is, of wanneer een voorlopige aanslag te laag was. Deze berekening start een half jaar na afloop van het fiscale jaar en loopt tot één dag voordat de definitieve aanslag wordt opgelegd. De Belastingdienst brengt deze rente in rekening als de VPB niet tijdig is betaald, of als de aanslag na de uiterste datum is opgelegd. Ook wordt belastingrente berekend wanneer een voorlopige aanslag voor VPB of inkomstenbelasting (IB) te laat is aangevraagd, of als de uiteindelijke aanslag afwijkt van die voorlopige aanslag.

Historisch gezien bedroeg de belastingrente voor VPB-plichtigen vanaf 1 januari 2022 8 procent. Bij een te betalen bedrag van €1.000 tegen 8% kostte dit circa €80 aan rente per jaar. In 2023 is een eerdere verhoging van de belastingrente zelfs teruggedraaid. De juridische en maatschappelijke houdbaarheid van het 8% tarief voor VPB is in het verleden via een amicus curiae-procedure door de Hoge Raad onderzocht.

Welke actuele rentepercentages gelden voor belastingrente VPB?

De Hoge Raad heeft op 6 oktober 2023 een belangrijke uitspraak gedaan over de belastingrente voor vennootschapsbelasting (VPB). Deze uitspraak, die volgde op een onderzoek naar de houdbaarheid van het eerdere 8%-tarief, heeft geleid tot een nieuwe berekeningswijze die vanaf 1 januari 2024 van kracht is.

Als gevolg van de uitspraak wordt de belastingrente voor VPB nu op dezelfde manier vastgesteld als voor andere belastingen, zoals de inkomstenbelasting. Dit betekent dat het percentage wordt gekoppeld aan de herfinancieringsrente van de Europese Centrale Bank (ECB), vermeerderd met een opslag van 5,5 procent. Daarbij geldt een minimum van 5,5 procent.

Voor 2024 zijn de actuele percentages voor belastingrente VPB als volgt:
Vanaf 1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024 bedraagt de belastingrente voor VPB 10 procent.
Vanaf 1 juli 2024 bedraagt de belastingrente voor VPB 10,5 procent.

Deze percentages worden halfjaarlijks opnieuw vastgesteld en treden in werking op 1 januari en 1 juli van elk jaar. Als de Belastingdienst bijvoorbeeld een bedrag van €1.000 te laat ontvangt, kost dit bij een rente van 10% circa €100 aan rente per jaar.

De Belastingdienst heeft mogelijk nog enige tijd nodig om de systemen volledig aan te passen aan de nieuwe percentages. Controleer daarom altijd de meest actuele informatie op de website van de Belastingdienst.

Welke voorwaarden en regels gelden voor belastingrente bij VPB?

Voor belastingrente bij vennootschapsbelasting (VPB) gelden specifieke voorwaarden en regels. De Belastingdienst brengt deze rente in rekening wanneer de VPB niet tijdig is betaald, of wanneer de aanslag te laat is opgelegd. De wetgever heeft de belastingrente voor VPB gekoppeld aan de hogere wettelijke rente voor handelstransacties, van kracht per 16 juli 2024. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant bevestigde op 23 juli 2024 dat dit percentage geen verboden onderscheid maakt.

Deze rente kan oplopen. Bijvoorbeeld, bij een te late betaling van €5.000 tegen een belastingrente van 10,5%, kost dit circa €525 aan rente per jaar.

Er zijn ook specifieke uitzonderingen en aanvullende regels. Voor situaties die vallen onder artikel 10a lid 3 Wet VPB 2005, kan een uitzondering worden verkregen indien aannemelijk wordt gemaakt dat de rente al redelijk belast wordt volgens Nederlandse maatstaven. Ter informatie: de VPB-tarieven in 2023 waren 19 procent voor winsten tot €200.000, en 25,8 procent voor hogere winsten bij zakelijke investeerders. Bij een uitkering van nettowinst uit een BV naar privé wordt 25 procent inkomstenbelasting aanmerkelijk belang betaald. Bezwaar indienen tegen belastingrente op een definitieve VPB-aanslag is niet mogelijk als de aanslagdatum meer dan zes weken geleden is.

Hoe kun je belastingrente bij VPB voorkomen of minimaliseren?

Om belastingrente bij vennootschapsbelasting (VPB) te voorkomen of te minimaliseren, zijn er een paar duidelijke stappen. De Belastingdienst brengt deze rente in rekening als de VPB niet tijdig is betaald of de aanslag na de uiterste datum is opgelegd. Deze rente betaal je over het te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting.

De berekening van de belastingrente loopt vanaf een half jaar na afloop van het fiscale jaar tot een dag voor het opleggen van de aanslag. De belastingrente voor vennootschapsbelasting komt overeen met die voor de inkomstenbelasting. Bij een te laat betaald bedrag van bijvoorbeeld €12.000 aan vennootschapsbelasting, tegen een belastingrente van 10,5%, kost dit circa €1.260 aan rente per jaar. Dit onderstreept de potentiële impact, zeker gezien de VPB-tarieven in 2023 opliepen tot 25,8 procent voor winsten boven €200.000.

Hier zijn de belangrijkste manieren om belastingrente te vermijden:

  1. Dien de aangifte vennootschapsbelasting op tijd in. Belastingrente wordt niet gerekend als de aangifte vóór 1 juni volgend op het belastingjaar is ingediend. Dit is cruciaal, want de rente kan al vanaf 1 juli van het voorgaande jaar in rekening worden gebracht als je niet op tijd bent.
  2. Vraag een voorlopige aanslag op tijd aan. Verzoek je een voorlopige aanslag VPB of IB te laat, dan berekent de Belastingdienst ook belastingrente.
  3. Zorg voor een realistische voorlopige aanslag. Belastingrente wordt berekend als de uiteindelijke aanslag VPB of IB afwijkt van de voorlopige aanslag.

Wat zijn mogelijke verlagingen of wijzigingen in belastingrentepercentages VPB?

De belastingrentepercentages voor de vennootschapsbelasting (VPB) hebben in de loop der tijd diverse wijzigingen gekend, met zowel verlagingen als voorgenomen verhogingen. Zo was de rente tijdens de coronacrisis tijdelijk verlaagd naar een minimale 0,01 procent en gold van 1 oktober 2020 tot 1 januari 2022 een rente van 4 procent. Bij een te laat betaald bedrag van 25.000 euro aan VPB, tegen een belastingrente van 4% over een periode van 15 maanden (van 1 oktober 2020 tot 1 januari 2022), kostte dit circa 1.250 euro aan belastingrente. Dit staat tegenover het eerdere percentage van 8 procent. Er was ook een aankondiging om de belastingrente voor VPB en bronbelasting te verhogen van 8% naar 10,5%. Voor 2025 plant de vennootschapsbelasting bovendien een verdere aanpassing van de belastingrente.

Naast deze rentepercentages zijn er ook gerelateerde wijzigingen in de vennootschapsbelastingtarieven en -drempels die de totale belastingdruk beïnvloeden. De drempel voor het lage vpb-tarief daalt per 1 januari 2024 naar bijna 200.000 euro. Op 1 januari 2023 werd de belastbare winst onder het lage VPB-tarief al verlaagd van 395.000 euro naar 200.000 euro. Vanaf 2019 worden de belastingtarieven voor zowel inkomstenbelasting als vennootschapsbelasting verlaagd. Het vpb-tarief is in 2024 lager dan het inkomstenbelastingtarief voor hogere inkomens, wat de fiscale planning van een onderneming mede vormgeeft.

Veelgestelde vragen over rente VPB

Wat is het verschil tussen belastingrente en invorderingsrente bij VPB?

Het verschil tussen belastingrente en invorderingsrente ligt in het moment van berekening. Belastingrente is een vergoeding die de Belastingdienst in rekening brengt over te betalen of terug te ontvangen belastingbedragen. Deze rente wordt berekend wanneer te weinig of te veel belasting is betaald, of als de aangifte niet tijdig is ingediend. De belastingrente is geregeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, specifiek in artikel 30f tot en met 30k. Bijvoorbeeld, bij een te betalen belastingbedrag van €10.000 en een belastingrente van 10,5% bedraagt de rente circa €1.050 per jaar. Invorderingsrente daarentegen wordt berekend over betalingen die plaatsvinden ná de uiterste betaaldatum van een belastingaanslag. Het betreft hierbij het deel van de openstaande belastingaanslag dat te laat wordt voldaan. Beide rentes worden berekend over belastingbedragen.

Vanaf wanneer wordt belastingrente bij VPB in rekening gebracht?

Belastingrente bij VPB wordt berekend vanaf 1 juli volgend op het belastingjaar. Voor de vennootschapsbelasting 2024 start deze periode bijvoorbeeld op 1 juli 2025, en loopt tot één dag voor het opleggen van de aanslag. Deze rente wordt in rekening gebracht als de aangifte vennootschapsbelasting te laat is ingediend, of als een voorlopige aanslag Vpb te laat is verzocht. Belastingrente wordt ook in rekening gebracht wanneer de uiteindelijke aanslag afwijkt van de eerder ingediende voorlopige aanslag. De Belastingdienst berekent deze rente over het te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting voor B.V.’s. Bijvoorbeeld, bij een te betalen vennootschapsbelasting van €20.000 en een belastingrente van 10,5%, bedraagt de rente circa €2.100 per jaar. Om belastingrente te voorkomen, dient de aangifte op tijd te worden ingediend. Voor de aangifte van 2022 betekende dit bijvoorbeeld vóór 1 juni 2023.

Hoe werkt de tegenbewijsregeling bij artikel 10a Wet VPB?

De tegenbewijsregeling bij artikel 10a Wet VPB voorkomt dat de renteaftrekbeperking wordt toegepast als zakelijk tegenbewijs wordt geleverd. Dit is nodig wanneer de inspecteur bewijst dat er een schuld is aan een verbonden lichaam die verband houdt met ‘besmette’ rechtshandelingen. Dit tegenbewijs kent twee vormen: de dubbele zakelijkheidstoets of de compenserende heffingstoets. Bij de dubbele zakelijkheidstoets moet aannemelijk worden gemaakt dat zowel de rechtshandeling als de lening overwegend zakelijke overwegingen hadden, waarbij fiscale overwegingen niet meetellen. De bewijslast ligt hierbij aanvankelijk bij de belastingplichtige. De compenserende heffingstoets vereist dat over de rentebaten bij de crediteur minimaal 10% winst- of inkomstenbelasting naar Nederlandse maatstaven wordt geheven. Wordt hierin geslaagd, dan keert de bewijslast om naar de inspecteur; de aftrekbaarheid is echter niet direct gegarandeerd.

Wat zijn de gevolgen van renteaftrekbeperkingen volgens artikel 10a Wet VPB?

Artikel 10a van de Wet VPB beperkt de renteaftrek op geldleningen tussen verbonden lichamen. Dit houdt in dat u de rente over schulden aan verbonden lichamen niet mag aftrekken bij de winstbepaling. Deze uitsluiting geldt zelfs als de rente marktconform is. De aftrekbeperking is van toepassing wanneer een schuld verband houdt met een belangverwerving, zoals een verwerving of storting van aandelen zonder wijziging in het uiteindelijke belang of zeggenschap, of met een winstuitdeling aan een verbonden lichaam. De wet is hiermee bedoeld om kunstmatig gegenereerde rentelasten van aftrek uit te sluiten. Bijvoorbeeld, als u €1.000 leent van een verbonden lichaam tegen 5,5% rente, dan zou dit u circa €55 aan rente per jaar kosten die niet aftrekbaar is van de winst. Deze beperking geldt voor het gezamenlijk negatief saldo van renten, kosten en valutaresultaten op deze schulden. Zelfs bij een combinatie van rentekosten en valutawinst wordt de aftrekbeperking toegepast op het saldo van rentelast minus valutawinst. De wetgever beoogt dat alleen posten die de belastbare grondslag verkleinen onder artikel 10a vallen.

Kan ik bezwaar maken tegen belastingrente op voorlopige aanslagen VPB?

U kunt bezwaar maken tegen belastingrente op voorlopige aanslagen VPB. Het proces begint met het indienen van een verzoek om de belastingrente op uw voorlopige aanslag vennootschapsbelasting te verlagen. Dit verzoek dient u in voordat u de definitieve aanslag of navorderingsaanslag heeft ontvangen, vooral als de voorlopige aanslag te hoog blijkt te zijn. Bij afwijzing van dit verzoek kunt u formeel bezwaar maken tegen de belastingrente op de voorlopige aanslag, waarbij u een termijn van zes weken na de datum van de aanslag in acht moet nemen.

Het is zinvol voor belastingplichtigen om bezwaar te maken tegen belastingrente als vermindering mogelijk is, aangezien bezwaar tegen alleen de definitieve aanslag niet volstaat wanneer uw voorlopige aanslag belastingrente bevat. Een succesvol bezwaar kan leiden tot terugbetaling van onterecht betaalde rente, wat een aanzienlijk rentevoordeel kan opleveren. Zo werd in 2022 belastingrente vennootschapsbelasting aangevochten over een bedrag van 90.000 euro. Bezwaarschriften dienen tijdig te worden ingediend om eventueel onder een massaalbezwaarprocedure te vallen.

U kunt belastingrente ook voorkomen of beperken door een tijdige (nadere) voorlopige aangifte in te dienen. De hoogte van de belastingrente wordt beïnvloed door de omvang van de voorlopige aanslag, de uiteindelijke belastingplicht en de tijdigheid van eventuele aanpassingen.

rente vpb
Hoe kunnen we je helpen?