Niet-opeisbare vordering en rente bij een erfenis: wat u moet weten

Niet-opeisbare vordering en rente bij een erfenis: wat u moet weten

Een niet-opeisbare vordering in een erfenis geeft recht op rente, vooral wanneer een kindsdeel niet direct wordt uitbetaald. Deze rente wordt bijgeteld, met name als de wettelijke rente hoger is dan 6%. Dit geldt ook voor een overledene zonder testament, tenzij anders overeengekomen. In dit artikel leest u hoe deze rente wordt berekend, welke fiscale gevolgen er zijn en hoe testamentaire bepalingen of latere afspraken de situatie beïnvloeden. De erfbelasting over vorderingen van kinderen wordt berekend alsof de vordering zonder rente is, tenzij er in het testament rente is opgenomen of een afwijkende overeenkomst is gesloten. Afspraken over rente na overlijden kunnen fiscale gevolgen hebben, waarbij bovenmatige rente als erfrechtelijke verkrijging wordt gezien.

Wat is een niet-opeisbare vordering bij een erfenis?

Een niet-opeisbare vordering bij een erfenis is een aanspraak van kinderen op de nalatenschap die niet direct kan worden geïnd. In het Nederlandse erfrecht bezitten kinderen een dergelijke niet-opeisbare aanspraak op de nalatenschap, vooral wanneer de langstlevende echtgenoot alle goederen verkrijgt. Deze vordering kan recht geven op rente, afhankelijk van het testament of de wettelijke regels.

De vordering wordt pas opeisbaar in specifieke gevallen, zoals bepaald in het testament van de erflater. Dit kan bijvoorbeeld bij hertrouwen van de langstlevende ouder. Niet-opeisbare geldvorderingen zijn niet fiscaal renteloos wanneer rente is opgenomen in het testament of als er na het overlijden een afwijkende renteovereenkomst wordt gesloten. Voor de inkomstenbelasting zijn niet-opeisbare vorderingen uit een erfenis meestal vrijgesteld van box 3 vermogensbelasting. De afwikkeling van de nalatenschap mag niet worden belast met de niet-opeisbare legitimaris vordering, zoals vastgelegd in artikel 4.3.3.11a lid 2, 4.3.3.11b, 4.3.3.11ba van het Burgerlijk Wetboek Boek 4. Niet-opeisbare overbedelingschulden zijn gedefiscaliseerd en niet zichtbaar als vordering of schuld in box 3.

Wanneer wordt een niet-opeisbare vordering opeisbaar?

Een niet-opeisbare vordering uit een erfenis wordt opeisbaar onder specifieke omstandigheden. Dit gebeurt wanneer de langstlevende partner overlijdt, failliet gaat of in de schuldsanering komt. Ook kan een testament extra voorwaarden stellen voor de opeisbaarheid van de vordering. Zo’n vordering is niet direct opeisbaar zolang de gedaagde leeft, wat de langstlevende partner financiële rust geeft.

Hoe wordt de rente op niet-opeisbare vorderingen berekend?

De rente op niet-opeisbare vorderingen wordt berekend op basis van afspraken over aflossing, kansgenot en de bedongen rentevoet. Actuele rekenmethoden of percentages voor 2026 zijn niet beschikbaar in de feiten. De Belastingdienst beschouwt een samengestelde rente van 6% of meer als voldoende, wat de waardebepaling van de vordering beïnvloedt. Hierbij wordt het rentebedrag bij de oorspronkelijke vordering opgeteld.

Wettelijke rentepercentages en hun toepassing

De wettelijke rente is een rentepercentage dat de overheid vaststelt en dat van toepassing is op geldvorderingen. Vanaf 1 januari 2025 is dit percentage verlaagd van 7 naar 6 procent. Deze rente, vastgelegd in de wet, kent verschillende tarieven voor bijvoorbeeld zakelijke en niet-zakelijke transacties. De minister van Justitie en de minister van Financiën stellen dit percentage vast, zoals bepaald in artikel 6:120 BW. Het percentage wordt jaarlijks gepubliceerd in de Staatscourant. Dit betekent dat de wettelijke rente voor niet-opeisbare vorderingen in een erfenis kan variëren afhankelijk van het type vordering en de vastgestelde percentages.

Invloed van samengestelde rente versus enkelvoudige rente

Samengestelde rente en enkelvoudige rente hebben een verschillende invloed op de groei van een bedrag. Samengestelde rente houdt rekening met de opgebouwde rente, terwijl enkelvoudige rente alleen over de hoofdsom wordt berekend. Dit betekent dat samengestelde rente berekent over het hoofdbedrag én over eerder verdiende rente. Hierdoor groeit het totaalbedrag bij enkelvoudige rente minder snel dan bij samengestelde rente; spaargeld groeit harder bij samengestelde rente dan bij enkelvoudige rente. De hoogte van samengestelde rente wordt bepaald door het aantal keren dat de rente per jaar wordt samengesteld en door het jaarlijks rentepercentage. Hoeveel rente u ontvangt, hangt af van het rentepercentage, de looptijd en de soort rente. De rente over het kindsdeel kan zowel enkelvoudig als samengesteld worden berekend. Voor leners kan samengestelde rente een zwaardere last vormen, vooral bij frequente samenstellingsperioden.

De rol van de wettelijke verdeling en erfgenamen bij rente en vorderingen

De wettelijke verdeling in een erfenis definieert de rol van erfgenamen en de langstlevende echtgenoot. Kinderen ontvangen een niet-opeisbare geldvordering op hun erfdeel, die met wettelijke rente kan worden verhoogd, mede als inflatiecorrectie. Deze rente geldt als de wettelijke rente boven de 6% uitkomt, en testamentaire bepalingen kunnen de invulling verder bepalen.

Rechten van kinderen en de langstlevende echtgenoot

Kinderen met een niet-opeisbare vordering uit een erfenis hebben recht op rente. Deze rente geldt als de wettelijke rente boven de 6% uitkomt. De variabele rente wordt enkelvoudig berekend over de hoofdsom. De erflater kan ook een rente tussen 0 en 6% afspreken. Deze mag enkelvoudig of samengesteld zijn. Bij samengestelde rente telt de rente jaarlijks bij de hoofdsom op, waarna de nieuwe totale waarde de basis vormt voor de volgende periode. De erflater kan de variabele rente koppelen aan de wettelijke rente van artikel 6:119 BW. Ook is koppeling aan een indexcijfer of de rente op een spaarrekening bij een bepaalde bank mogelijk.

Effect van testamentaire bepalingen op rente en vorderingen

Testamentaire bepalingen geven de erflater aanzienlijke invloed op de rente van niet-opeisbare vorderingen. De erflater kan in het testament een specifiek rentepercentage vastleggen, dat afwijkt van de wettelijke regeling. Zo kan worden bepaald dat er geen rente wordt bijgeteld op een kindsdeel, zelfs als de wettelijke rente hoger is dan 6%. Ook kan een rente tussen 0 en 6% worden afgesproken, die enkelvoudig of samengesteld kan zijn. Bij samengestelde rente telt de rente jaarlijks bij de hoofdsom op.

Als er in het testament geen rente is afgesproken, geldt de wettelijke regeling: de wettelijke rente wordt alleen bijgeschreven als deze hoger is dan 6%. In dat geval wordt de rente enkelvoudig berekend over de hoofdsom. De erflater kan ook een flexibele renteclausule opnemen, bijvoorbeeld door de rente te koppelen aan een indexcijfer of de rente op een spaarrekening.

Fiscale gevolgen van rente op niet-opeisbare vorderingen

De rente op niet-opeisbare vorderingen heeft directe fiscale gevolgen, met name voor de erfbelasting. Rente wordt bijgeteld op de vordering als de wettelijke rente hoger is dan 6%. Een bovenmatige samengestelde rente boven 6% geldt als fictieve erfrechtelijke verkrijging, volgens artikel 9 van de Successiewet. Het niet betalen van rente over een schuldigerkenning beïnvloedt de hoogte van de erfbelasting voor het kind. De overeengekomen rente is leidend voor de heffing van successierecht. Deze rente over de overbedelingsschuld wordt bijgeschreven op de schuld.

Invloed op erfbelasting en legitieme portie

De legitieme portie kan de erfbelasting beïnvloeden, vooral als er een niet-opeisbare vordering ontstaat. Een beroep hierop kan leiden tot een correctie op de aanslag erfbelasting. Hierbij beoordeelt de Inspecteur of er sprake is van een ‘schuldig gebleven erfdeel’ of een vorderingsrecht. Een kind heeft een geldvordering op de nalatenschap ter grootte van de helft van het wettelijke erfdeel. Deze legitieme portie wordt berekend over de waarde van de nalatenschap, vermeerderd met giften en verminderd met schulden, volgens artikel 4:65 en 4:7 lid 1 BW. Rente over deze vordering kan berekend worden, opeisbaar zodra de legitieme portie opeisbaar is en er aanspraak op is gemaakt.

Belastingregels en aftrekposten voor erfgenamen

Kinderen moeten erfbelasting betalen over hun niet-opeisbare vordering uit een erfenis. Vaak schiet de langstlevende ouder deze erfbelasting voor. De Belastingdienst beschouwt de vordering als nominaal als een samengestelde rente van 6% of meer wordt betaald; dan wordt er geen voordeel of nadeel voor de erfbelasting berekend. Betaalt men geen of te weinig rente, dan waardeert de Belastingdienst de vordering af, waarbij de leeftijd van de langstlevende ouder de berekening beïnvloedt. Een voordeel of nadeel wordt dan berekend met een specifieke vermenigvuldigingsfactor. Rente op deze vorderingen wordt genegeerd voor de inkomstenbelasting in box 3. Bovendien kan extra opgebouwde rente belastingvrij uit de nalatenschap van de langstlevende worden verkregen, wat resulteert in minder erfbelasting.

Praktische voorbeelden en rekenmethodes voor rente op vorderingen

De rente op niet-opeisbare vorderingen bij erfenissen wordt berekend. Dit gebeurt op basis van de wettelijke rente en gemaakte afspraken. De verhoging van deze vorderingen is gebaseerd op het verschil tussen de wettelijke rente en 6%. Zo werd een niet-opeisbare vordering van een kind in 2024 jaarlijks met 1% enkelvoudige rente verhoogd. De volgende delen tonen concrete rekenvoorbeelden en scenario’s met variabele rentepercentages.

Voorbeeldberekening rente bij wettelijke verdeling

Een voorbeeldberekening van rente bij een niet-opeisbare vordering in de wettelijke verdeling start met de wettelijke rente. De rente op het kindsdeel wordt berekend als de wettelijke rente min zes procent. Omdat de wettelijke rente per 1 januari 2025 naar 6% is verlaagd, is de bij te tellen rente voor 2025 en 2026 dus 0%. Bij een kindsdeel van €50.000 en 6% wettelijke rente bedraagt de extra rente €0. Voor de berekening van wettelijke rente bepaalt u eerst het aantal dagen. De formule hiervoor is (Hoofdsom x rentepercentage x aantal dagen) / 365. Hierbij houdt u rekening met schrikkeljaren en splitst u de berekening op bij tussentijdse rentewijzigingen. De rente op het kindsdeel kan zowel enkelvoudig als samengesteld zijn.

Scenario’s bij verschillende rentepercentages

Verschillende rentepercentages bepalen hoe een niet-opeisbare vordering in een erfenis groeit. Een niet-opeisbare vordering van een kind, zowel in een wettelijke verdeling als een legitimaire vordering, wordt jaarlijks verhoogd met een rente die gelijk is aan de wettelijke rente minus 6%. Sinds 1 januari 2024 is de wettelijke rente voor niet-handelstransacties 7%, waardoor de bij te tellen rente voor 2024 1% bedroeg. In de twee decennia daarvoor was deze bij te tellen rente vaak 0%, omdat de wettelijke rente onder de 6% lag.

U kunt zelf een rente op vorderingen afspreken, zowel enkelvoudig als samengesteld. De Successiewet staat sinds 2010 een maximale toelaatbare rente van 6% samengesteld toe voor deze vorderingen. Deze 6% samengestelde rente is fiscaal neutraal: het zorgt ervoor dat de vordering voor de erfbelasting op nominale waarde wordt gesteld, waardoor de toepassing van fictief vruchtgebruik wordt voorkomen bij het overlijden van de langstlevende ouder. Een rente van 0% of een te lage rente kan leiden tot erfbelasting berekend over fictief vruchtgebruik, omdat de vordering dan fiscaal minder waard wordt geacht.

Wat kunt u doen na het vergelijken van rentetarieven op niet-opeisbare vorderingen?

Na het vergelijken van rentetarieven voor niet-opeisbare vorderingen kunt u concrete stappen zetten om de rente vast te leggen. Dit omvat het maken van afwijkende renteafspraken en het inwinnen van advies. De langstlevende en de kinderen kunnen een rente overeenkomen, waarbij afwijkende afspraken notarieel moeten worden vastgelegd. Deze afspraken moeten bovendien binnen de aangiftetermijn van acht maanden na overlijden worden gemaakt. Erfgenamen doen er goed aan advies in te winnen over het vergoeden van rente.

Advies inwinnen bij een expert

Advies inwinnen bij een expert is verstandig als u twijfelt of onvoldoende kennis heeft over financiële zaken. Dit geldt zeker bij grotere bedragen of complexe situaties, zoals bij niet-opeisbare vorderingen en rente in een erfenis. Een financieel expert kan u begeleiden bij onduidelijkheid over risico’s. Ook voor uitgebreide berekeningen en de beste keuze is een adviseur waardevol. Een expert helpt u ook bij vragen over financiële instrumenten of cryptovaluta, als dit relevant is voor de erfenis. Zelfs bij beslissingen over overwaarde of complexe situaties rondom verkoop en WOZ-waarde is expert-advies aan te raden.

Uw vordering berekenen en aanvragen via ActueleRentestanden.nl

ActueleRentestanden.nl biedt geen directe service voor het berekenen of aanvragen van uw niet-opeisbare vordering uit een erfenis. Wel kunt u op ActueleRentestanden.nl hypotheekrentes, spaarrentes en leenrentes vergelijken. Het platform biedt een volledige en actuele vergelijking van meer dan 500 financiële producten. Leningen op ActueleRentestanden.nl worden dagelijks gecontroleerd op rentepercentages. ActueleRentestanden.nl werkt dagelijkse rentegegevens bij voor leningen. U kunt direct een hypotheeklening aanvragen of een offerte voor hypotheekrente starten. Het aanvraagproces voor een hypotheeklening is eenvoudig en snel, met directe respons.

Obligaties met meegekochte rente bij niet-opeisbare vorderingen

Meegekochte rente bij obligaties is de opgelopen rente die u als koper betaalt wanneer een obligatie op de beurs wordt verhandeld. Deze opgelopen rente wordt direct verrekend en maakt deel uit van het orderbedrag bij de aankoop van een obligatie. Stel, u koopt een obligatie met een nominale waarde van €5.000 en een jaarlijkse couponrente van 2,5%. Als er vier maanden rente is opgebouwd sinds de laatste couponbetaling, betaalt u circa €41,67 aan meegekochte rente. De Rijksoverheid heeft een belastinglek in box 3 geconstateerd bij de aankoop van obligaties met aangegroeide rente. De aankoopprijs van een obligatie omvat een deel van de al opgebouwde rente. De waarde van de obligatie wordt echter berekend zonder deze meegekochte rente, zowel aan het einde als aan het begin van het jaar. Dit verschil in berekeningen kan leiden tot een verlies in het eerste jaar. De aangegroeide rente van obligaties is dan niet meer vrijgesteld. Na het vervallen van de regel moeten obligaties gewaardeerd worden op hun waarde in het economische verkeer. Voor meer details over dit onderwerp kunt u terecht op onze blog over obligaties met meegekochte rente.

Fictieve rente en rente over rente in de context van erfenissen

Fictieve rente en rente over rente bij erfenissen verwijst naar de fiscale behandeling van rente op niet-opeisbare vorderingen. Als een samengestelde renteovereenkomst boven 6% uitkomt, wordt dit bij het overlijden van de langstlevende ouder fictief belast als een bijtelling op de verkrijging van de kinderen. Dit betekent dat bovenmatige rente, specifiek boven 6% samengestelde rente, wordt gezien als een fictieve erfrechtelijke verkrijging volgens artikel 9 van de Successiewet.

Zelfs als enkelvoudige rente is afgesproken, moet deze bij overlijden worden omgerekend naar samengestelde rente voor de erfbelasting. Bovenmatige rente op geldvorderingen van kinderen na het overlijden van de langstlevende ouder wordt aangemerkt als erfrechtelijke verkrijging. Ook schuldige bedragen zonder rente, of met minder dan het wettelijke percentage van 6% rente, kunnen onder een fictieve erfrechtelijke verkrijging vallen. Testamenten kunnen echter afwijkende renteafspraken bevatten, zoals samengestelde rente vanaf 2003, of een rente die afwijkt van de standaard wettelijke rente. Erfgenamen kunnen ook zelf renteafspraken maken, met een minimum en maximum dat afwijkt van de wettelijke rente. Oudere langstlevende testamenten hanteren vaak een vaste rente voor erfdelen. Meer details over dit onderwerp vindt u op onze blog over fictieve rente.

Is rente altijd verschuldigd over niet-opeisbare vorderingen?

Rente is niet altijd direct verschuldigd over niet-opeisbare vorderingen; vaak wordt er geen rente betaald tot de vordering opeisbaar wordt. Echter, wettelijke rente over een legitimaire aanspraak is wel verschuldigd als aan specifieke voorwaarden is voldaan. Dit betekent dat de aanspraak op de legitieme portie correct moet zijn gemaakt, de legitieme portie opeisbaar is, en de schuldenaar in verzuim is. De wettelijke rente gaat lopen vanaf het moment van verzuim, tenzij anders is afgesproken. Deze rente wordt betaald over de hoofdsom. Volgens de Rijksoverheid kan wettelijke rente geëist worden bij een betalingsachterstand. Men kan dit recht uitoefenen zolang het factuurbedrag openstaat.

Kan de langstlevende echtgenoot rente betalen om uitstel te krijgen?

De langstlevende echtgenoot kan afspraken maken over de rente op niet-opeisbare vorderingen om uitstel of optimalisatie van erfbelasting te krijgen. Met de overige erfgenamen, zoals de kinderen, kan een overeenkomst worden gesloten over een rente die afwijkt van de wettelijke rente. Door onderling overleg mag de langstlevende echtgenoot de rente op geldvorderingen of een overbedelingsschuld van de kinderen verhogen of verlagen. Deze afspraken moeten binnen acht maanden na overlijden worden vastgelegd voor de aangifte erfbelasting. Voor een fiscaal optimale rentebepaling is het nodig dat de rente binnen de fiscaal toegestane bandbreedte valt. Het wordt geadviseerd om rente zoveel mogelijk periodiek uit te betalen gedurende het leven van de langstlevende partner. Dit kan fiscaal voordeel opleveren. Ook kan de langstlevende kiezen voor een renteloos erfdeel om minder erfbelasting te betalen bij het eerste overlijden.

Hoe verandert de rente bij overlijden in 2025?

In 2025 verandert de rente bij overlijden aanzienlijk. Per 1 januari daalt de wettelijke rente naar 6 procent, waardoor de extra 1% rente op een erfdeel vervalt. Deze extra rente gold in 2024 nog bij een wettelijke rente van 7%. U kunt bij het overlijden van de eerste ouder een andere rente afspreken, zoals een samengestelde rente van 6%. De rente over het kindsdeel wordt berekend vanaf het overlijden tot de uitkering. Voor oudere testamenten uit de jaren 80 en 90 moet enkelvoudige rente voor 2025 worden omgerekend naar samengestelde rente. Dit gebeurt op basis van de resterende levensverwachting van de langstlevende.

Wat is het verschil tussen wettelijke rente en contractuele rente bij een erfenis?

Het verschil tussen wettelijke rente en contractuele rente bij een erfenis zit in de manier waarop deze wordt vastgesteld en toegepast.

**Wettelijke rente** is een standaardpercentage dat de overheid bepaalt. Bij de wettelijke verdeling, waarbij de langstlevende echtgenoot alle goederen krijgt en de kinderen een niet-opeisbare vordering op de langstlevende, is de langstlevende een rentevergoeding verschuldigd over deze vorderingen. Deze rente is minimaal 6% per jaar. Volgens artikel 4:13 lid 4 BW wordt de vordering van de kinderen vermeerderd met een percentage dat overeenkomt met de wettelijke rente, voor zover dit percentage hoger is dan 6%. Dit betekent dat als de wettelijke rente 6% of lager is, de rentevergoeding 6% bedraagt. Als de wettelijke rente hoger is dan 6%, dan wordt de vordering verhoogd met het percentage van de wettelijke rente. Bijvoorbeeld, in 2024 was de wettelijke rente 7%, wat betekende dat de vorderingen met 7% werden verhoogd.

**Contractuele rente** wordt vastgelegd in een testament of via onderlinge afspraken tussen erfgenamen. Deze rente kan afwijken van de wettelijke rente. De langstlevende echtgenoot kan hierover een overeenkomst sluiten met de andere erfgenamen.

niet-opeisbare vordering erfenis rente
Hoe kunnen we je helpen?